Rabarber

Rabarber (Rheum rhabarbarum) is een plant uit de duizendknoopfamilie. De grote, struikachtige plant heeft mooie rode, groene en groenrode stelen en grote donkergroene bladen. De friszure groente wordt vaak verwerkt tot compote of nagerechten. In de manier waarop we het verwerken, lijkt het dan ook meer op fruit dan op groente. Toch is rabarber wel degelijk een groente.

Rabarber wordt meestal van maart tot juli geoogst, omdat de stengels dan op hun best zijn. Vroeger werd rabarber als medicijn gebruikt vanwege de laxerende en bloedreinigende werking. Pas rond 1600 is ontdekt dat de stelen gegeten kunnen worden. Het duurde echter tot ver in de achttiende eeuw voordat rabarber als groente een grotere bekendheid kreeg. In Nederland vindt de teelt vanaf ongeveer 1900 plaats.

Rabarber is vers als de stelen hard en stevig aanvoelen. U kunt alleen de bladstelen eten. Snijd de bladresten en de onderste harde stukken van de stelen af. Was de stelen en snijd ze in stukken van twee tot drie centimeter en kook ze met weinig water. Als de stukken geheel in vezels uit elkaar vallen, is de rabarber klaar. Rabarber kan warm of koud worden gegeten. In beide gevallen is het een bijgerecht dan wel een nagerecht.